JURGEN INGELS IN THE PRESS - BANKEN MOETEN GEFACEBOOKT WORDEN

De Standaard, October 8th, Pascal Dendooven

Gaan we straks met z’n allen naar de Facebook Bank of de Apple Bank? Jurgen Ingels, de oprichter van het betaaltechnologiebedrijf Clear2Pay en een stuwende kracht achter de oprichting van een ‘Fintech Hub’ in België (DS 7 oktober) , gelooft van niet. Tenminste, als de banken de spelregels van innovatieve bedrijven, zoals Facebook, Apple en Google, overnemen. Want zowel David – tal van kleine techbedrijfjes die een deel van de koek willen – als Goliath – de grote spelers uit Silicon Valley – neemt de banken onder vuur.

Eerst is er David. Ingels haalt een plaatje van HSBC boven. Voor elke dienst die de grootbank aanbiedt, staan duizenden nieuwe bedrijfjes in de rij om de plaats van HSBC in te nemen. ‘Ze schieten als paddenstoelen uit de grond’, zegt Ingels. De wereld is immers flink veranderd sinds de vorige internetgolf uit 2000. Technologie is een stuk goedkoper geworden, de ontwikkeling van een nieuw product duurt veel korter en het resultaat kan meteen internationaal aan de man gebracht worden. ‘Tussen die nieuwkomers zitten bedrijven waar binnen twee of drie jaar iedereen over zal spreken’, zegt Ingels. ‘Het Zweedse Klarna bijvoorbeeld, dat gespecialiseerd is in betalingen zonder cash.’

En dan is er nog Goliath: grote spelers, zoals Apple, Facebook en Google. Die laatste heeft zelfs al een banklicentie. Ze richten zich volledig op de klant, via eenvoudige, gebruiksvriendelijke oplossingen en realtime-dienstverlening, en zijn sterk datagedreven. Die techgiganten kunnen de gegevens die wij op het internet achterlaten – ook ongestructureerde data – heel snel verwerken en commercieel exploiteren. Zo is het op basis van zijn of haar uitgaven niet moeilijk te voorspellen of een klant tegen het einde van de maand in het rood zal duiken. En als dit dreigt te gebeuren, hem tijdig een oplossing voor te stellen.

Logge IT

Banken zijn zover nog niet. Ze zijn nog niet realtime, ze zijn onvoldoende datagedreven en bij hun aanbod van producten is de commissieverloning een grotere prikkel dan de reële behoefte van de klant. Banken beseffen dat het anders en beter moet, maar hun oude en logge IT-systemen zijn niet aangepast. Snel een leuke app in de markt zetten, zal de nieuwe concurrenten niet van het lijf schudden. ‘Het is alsof iemand tien mooie kranen voor zijn huis zou kopen, maar ze niet op zijn leidingen aangesloten krijgt’, zegt Ingels.

De leidingen zijn eigenlijk silo’s in de klassieke banken. Er is er eentje voor woonkrediet of eentje voor retailbetalingen. De data zitten erover verspreid. ‘Bel maar eens naar een helpdesk, ze weten niets van elkaar af’, zegt Ingels.

In de VS zie je ondertussen de eerste ‘community bankjes’ uit de grond schieten: platformen waar vrienden aan elkaar geld uitlenen. ‘Ze functioneren volgens de wetten van sociale media, die vraag en aanbod met elkaar in verband kunnen brengen én bovendien de druk van de groep kunnen gebruiken om eventuele wanbetalers ertoe aan te zetten toch hun kredietje terug te betalen’, zegt Ingels. Na het Peer2Peer muziek downloaden, de Peer2Peer-bank dus.

‘Als banken relevant willen blijven, moeten ze zelf onderdeel worden van zo’n ecosysteem’, zegt Ingels. ‘De bank moet “gefacebookt” worden. Of ze moeten zoals Apple een bibliotheek van applicaties aanbieden, waaruit de klant kan kiezen.’

Huizenjacht

Volgens Ingels zal die ontwikkeling de dienstverlening voor de klant fors verbeteren. ‘Stel dat je op huizenjacht bent en je meer info wil over het pand waar je voor staat. Een bank die deel is van zo’n ecosysteem zal op basis van de foto die je maakt met je smartphone, via het kadaster in realtime informatie geven over de indeling (slaapkamers, badkamer, tuin) en jou via de databank van notarissen vertellen wanneer en tegen welke prijs de woning eerder werd verkocht of wat het prijsniveau in de buurt is. Vervolgens kan je met een druk op de knop je woonkrediet aanvragen.’

Sciencefiction? De Nederlandse website Fungo biedt al delen van deze oplossing aan. Banken moeten zien dat ze samenwerken met zulke innovators.

Ingels geeft nog een ander voorbeeld. ‘Een bakker is liever bezig met zijn producten dan met zijn boekhouding. Stel dat zijn bank hem een apparaat aanbiedt waarmee hij facturen meteen kan scannen, waardoor die in een database komen en verwerkt worden. Zo kan je constant de berekening van winst of verlies opvolgen en aan het eind van de week weten wat je verdiend hebt. Bovendien kan je bank jou vertellen dat je marges te laag zijn in vergelijking met de concurrenten, omdat je, bijvoorbeeld, je graan te duur inkoopt.’

Facebook en Google kunnen dit soort diensten niet beter leveren dan klassieke banken, want die banken beschikken in hun afdelingen krediet en bedrijven over pakken informatie over andere ondernemers in de buurt. Alleen moeten de banken nog leren om net als Google die data om te zetten in commerciële en gebruiksvriendelijke oplossingen.

‘Banken horen de nieuwe technologiebedrijfjes te gebruiken om de beste service aan te bieden’, raadt Ingels aan. ‘De techbedrijfjes winnen ook bij zo’n samenwerking, want de bank is voor hen een distributiekanaal. Als het technologiebedrijf daar correct voor vergoed wordt, heeft het geen reden meer om de bank overbodig te maken.’

Mentaliteitswijziging

Alleen hebben grootbanken geen glazen bol om te weten wie van de 12.000 huidige fintech-bedrijfjes echt relevant zijn of worden. Daarom investeren banken als ING, KBC en BNP Paribas Fortis direct en indirect in kweekvijvers die nieuwe toepassingen ontwikkelen. ‘Zo kunnen ze van dichtbij zien wie van de nieuwkomers echt interessant zijn. Want van de 200 initiatieven zullen er misschien vijf echt succesvol zijn. Kijk goed en sla op het juiste moment toe’, adviseert Ingels.

Traditionele banken staan daarbij voor technische uitdagingen, zoals de modernisering van hun informatica, maar ze moeten vooral hun mentaliteit veranderen. ‘Wie alleen naar zijn navel kijkt, riskeert overrompeld te worden’, zegt Ingels. ‘De voorbije decennia konden banken nog alles zelf doen. De technologie evolueerde traag genoeg om het personeel op te leiden en de juiste mensen aan te trekken. Nu evolueert de digitale economie zo razendsnel dat banken op samenwerking zijn aangewezen. Dat staat haaks op de mentaliteit van de traditionele banken.’

Gebruiksgemak

Uiteindelijk zal de consument de scheidsrechter zijn, en die is uit op gebruiksgemak. ‘Het interesseert de consument niet of hij Apple Pay of Android Pay gebruikt. Wat hij zoekt, is een eenvoudige manier om te betalen. Liefst zonder zijn smartphone uit zijn broekzak te halen, maar door voorbij het betaalpunt te wandelen. En met een elektronische factuur, die automatisch in zijn boekhouding wordt verwerkt.’

Volgens Ingels staan we nog maar aan het begin van deze evolutie. Toch hebben banken slechts twee tot vijf jaar de tijd om zich aan te passen. De verwachtingen van de consument veranderen immers razendsnel. ‘Wie daar het beste aan kan beantwoorden, wint.’

Volgens Ingels zullen banken bijna in het hoofd van hun klanten moeten kunnen kijken om in realtime op hun wensen in te spelen. En bij die race naar klantgerichte oplossingen hebben de Googles en Facebooks van deze wereld niet bij voorbaat gewonnen.

‘De drempel om iets nieuw te doen, hangt niet meer af van geld, maar van creativiteit. Google kan niet alle creativiteit in de wereld controleren. Zelfs als ze zo veel mogelijk innoverende bedrijven opkopen, biedt dat nog geen garantie dat niemand anders een nog betere toepassing bedenkt.’

Bovendien hebben de Goliaths van Silicon Valley en de duizenden Davids in de wereld niet de ambitie om echte, volledige banken te worden. Daarvoor is bankieren aan te veel regels gebonden, die sinds de financiële crisis alleen maar aangescherpt zijn. En de kapitaalvereisten zijn enorm.

Maar ze willen wel dat de bankconsument bij hen blijft surfen. En de bank? Die mag eventueel toeleverancier worden.